De goudschat van Zeegse, zevenenveertig solidi uit de zesde eeuw
Plek met een verhaal·Later gebruik

Op de Noorder es, ten noordwesten van Zeegse, lagen zevenenveertig gouden munten in de bouwvoor, verspreid over hooguit 60 vierkante meter. Van een pot is niets gevonden, en er lag niets anders bij. Twee detectorzoekers uit Roden, Niels Harbrink en Peter Warners, vonden ze in januari 2014. Het zijn solidi, elk zwaarder dan vier gram, en naar gewicht is dit de grootste zesde-eeuwse muntschat die ooit in Nederland is gevonden, zo stelt De Nederlandsche Bank. De vorige goudschat in Drenthe kwam in 1955 boven.
Achtendertig munten zijn Byzantijns; de rest is laat-Romeins, Ostrogotisch en Merovingisch-Frankisch, geslagen in Constantinopel, Rome, Ravenna en Laon in Noord-Frankrijk. Eén Frankische munt draagt de buste van koning Theodebert, die van 534 tot 548 regeerde. Het is voor zover bekend de eerste munt van deze koning die op Nederlandse bodem is gevonden. Theodebert was de eerste Germaanse vorst die zijn naam op een gouden munt zette. In Constantinopel viel dat slecht.
Zesentwintig munten zijn 'gesnoeid'. Er zijn randjes goud afgehakt. Dat is bij solidi in West-Europa voor zover bekend nooit eerder gezien. De randen zijn nog scherp, dus het gebeurde laat, zeer waarschijnlijk in het Frankische rijk of in Noord-Nederland. In Byzantium stond er de doodstraf op.
De jongste munten zijn in of na 542 geslagen, en alle zijn nog gemaakt volgens de zware keizerlijke standaard, die in Gallië na ongeveer 580 verdween. P.A.M. Beliën, die de munten determineerde, en provinciaal archeoloog Wijnand van der Sanden houden het daarom op een begraving tussen ongeveer 550 en 575.
Het goud kwam vrijwel zeker niet rechtstreeks uit Byzantium. Volgens beide auteurs ligt de weg via Gallië veel meer voor de hand, als diplomatieke betaling aan een regionale heer of via de Friese elite langs de kust. Of Zeegse toen bij de Friese of de Saksische wereld hoorde, weet niemand. De Drentse goudvondsten van Beilen, Lieveren en Nietap lagen in natte grond en gelden als offers; deze schat lag droog. Zeegse staat in de archeologische monumentenkaart als jong esdorp, weergegeven op de topografische militaire kaart van 1853, met mogelijk oudere bewoningssporen onder de kern. Of er in de zesde eeuw een nederzetting of grafveld lag, is niet bekend.
Na de melding bij de provinciaal archeoloog heeft het Drents Museum de schat verworven, met steun van de BankGiro Loterij; sinds juni 2014 is hij daar te zien, als objectnummer M2014-0001-47. De vinders gaven de precieze plek pas prijs nadat de munten waren gedetermineerd. Een kleine opgraving, die had kunnen laten zien wat er bij het goud hoorde, kwam er niet: de grondeigenaren gaven geen toestemming.
Bekijk deze plek op de kaart →
Deze plek is stap 9 van 9 in de verhaallijn Bijzondere vondsten. Lees de hele lijn.
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.07149, 6.64107
- Gebied
- Zeegse
- Periode
- Middeleeuwen
- Zekerheid van de ligging
- laag
In de buurt
- Von Dülmen KrumpelmannAan de Zeegsersteeg bouwde schilder Von Dülmen Krumpelmann in 1926 zijn huis; hij kwam in 1917 naar Zeegse en overleed er in 1987.180 m
Grafheuvels ZeegserloopjeOp de dalrand van het Zeegserloopje liggen twee grafheuvels: de noordelijke zwaar vergraven, de zuidelijke bij het Witveen in 2000 hersteld.320 m- Professor van AdderhorstDe Groningse hoogleraar A. van Veldhuizen kocht in 1916 bos, wei en heide bij Zeegse, noemde het Adderhorst en liet het bewust verwilderen.510 m
De AdderhorstOp de dalrand van het Zeegserloopje liggen tien grafheuvels bij elkaar; onderzocht is er geen, maar juist de groep wijst op de ijzertijd.540 m- ZeegseZeegse ligt tussen de Noorderesch en de Zuideresch op de rand van het beekdal; de landschapsbiografie dateert de nederzetting in de vierde tot vijfde eeuw.610 m
Paviljoen DuinoordIn 1925 opende paviljoen Duinoord in Zeegse, naast het oudere café Berg en Dal; Groningse scholen kwamen er per trein op schoolreis.650 m- Villapark TynaarloBij Tynaarlo moest gemeenteheide akker en daarna een tuindorp van zestig huizen worden; het werd een park waar in 1941 acht boschvilla's stonden.740 m
- Hunebed D6aD6a bij Tynaarlo is een verdwenen hunebed dat Van Giffen in 1928 voor twee aanzag; hij nummerde het D6e en D6f.820 m
Hunebed D6Hunebed D6 bij Tynaarlo is zo gaaf gebleven dat alle dekstenen nog op hun oorspronkelijke plaats liggen; de Staat kocht het in 1879.850 m
Zeegser DuinenTussen Zeegse en het beekdal ligt een zandverstuiving van zeshonderd bij zevenhonderd meter die er als natuur uitziet maar twee keer door mensen is gemaakt.980 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.