D6a bij Tynaarlo: één hunebed dat lang voor twee doorging
Plek met een verhaal·Prehistorie
Zo'n 40 meter ten oosten van hunebed D6 bij Tynaarlo ligt de standplaats van een hunebed dat er niet meer is. Het heeft bovendien een verwarrende papieren geschiedenis.
In 1928 onderzocht Albert van Giffen hier een uitgestoven en vergraven terrein dat met ontginning werd bedreigd. Hij meende de sporen van twee verdwenen hunebedden aan te treffen en nummerde ze D6e en D6f. Pas veel later concludeerden J.N. Lanting en anderen dat het om de standplaats van één enkel hunebed gaat, en dat kreeg het nummer D6a. Wie een oudere kaart of publicatie raadpleegt kan hier dus nog twee nummers vinden waar er één hoort te staan. De archeologische overzichtskaart in de landschapsbiografie van de Drentsche Aa gebruikt bijvoorbeeld nog steeds D6e.
Aan die opgraving ging iets vooraf wat het verlies groter maakte dan de ontginning alleen. Het hunebedje kwam in augustus 1927 bij toeval boven bij ontginningswerk, en Van Giffen groef er pas in maart 1928. In die zeven maanden ertussen werd de plek geregeld bezocht door verzamelaars. Zowel Van Giffen als A. van Veldhuizen, wiens landgoed aan de overkant van de weg lag, heeft dat later opgeschreven. Iemand die onbekend is gebleven groef er een gave stenen hamer op. Van Veldhuizens zoon raapte scherven, pijlpunten, een stenen beitel en een plat driehoekig steentje met een gat erin op, en beschreef zijn buit in 1944 in een brief aan Van Giffen: "wij vonden bij een door omstandigheden zeer onwetenschappelijke opgraving – iedereen wroette daar rond zoodra men merkte dat er iets gevonden was – de volgende voorwerpen." Van Giffen heeft die verzameling nooit gezien. Naar Rotterdam reizen kon in het najaar van 1944 niet, en toen dat weer kon was zijn opgravingsverslag al verschenen en zijn belangstelling verdwenen.
In 1997 werd een deel van de verzameling opgespoord voor een nieuwe bestudering van de vondsten uit D6a. Er bleek toen al veel weg, juist de pijlpunten en de stenen beitel. Wat resteerde waren 21 scherven van vermoedelijk 14 stuks trechterbekeraardewerk: trechterbekers, kommen, een terrine, een kraagflesje en een amfoor. Vier van die potten kwamen ook al voor in het materiaal dat Van Giffen zelf verzamelde, zodat ze nu completer te reconstrueren zijn. Van het overgrote deel van wat er in die zeven maanden is meegenomen, moet worden aangenomen dat het verloren is gegaan.
D6a was een klein hunebed. Het mat 4,8 bij 2 meter en was opgebouwd uit vier paar zijstenen, een kleine rechthoekige grafkamer zoals die van D12 en D13 bij Eext. Naast die grondsporen legde Van Giffen zes paalkuilen bloot die samen een rechthoek vormen, met de lengteas in dezelfde richting als die van de grafkelder. Bij geen ander Nederlands hunebed is zoiets gevonden. Door die samenhang wordt een verband met de bouw van het hunebed verondersteld. In 2002 zijn de kuilen gelezen als de sporen van een bouwframe, een houten stellage die bij het bouwen van het graf is gebruikt. Dat ze zo lang in de grond bewaard bleven, komt volgens het Hunebednieuwscafé waarschijnlijk door de bodem. De grond is hier licht, droog dekzand. Het onderzoek leverde bovendien veel aardewerk van de Trechterbekercultuur4000 tot 2700 v.Chr.Meer over deze periode op.
Te zien is er niets meer, ook niet op het reliëf. Het terrein was in 1928 al uitgestoven en vergraven, en in het hoogtebeeld blijft de plek binnen de ruis van het omringende land. Sindsdien is het geëgaliseerd, ontgonnen en deels bebouwd. Van Giffen tekende de sporen nauwkeurig, maar legde hun ligging niet op een kaart vast. Waar het graf precies lag, is daardoor niet meer met zekerheid te zeggen.
Bekijk deze plek op de kaart →
Deze plek is stap 6 van 6 in de verhaallijn Stenen als handelswaar. Lees de hele lijn.
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 53.07469, 6.63002
- Gebied
- Tynaarlo
- Periode en cultuur
- Neolithicum, Trechterbekercultuur
- Zekerheid van de ligging
- hoog
In de buurt
Hunebed D6Hunebed D6 bij Tynaarlo is zo gaaf gebleven dat alle dekstenen nog op hun oorspronkelijke plaats liggen; de Staat kocht het in 1879.40 m- Villapark TynaarloBij Tynaarlo moest gemeenteheide akker en daarna een tuindorp van zestig huizen worden; het werd een park waar in 1941 acht boschvilla's stonden.290 m
De AdderhorstOp de dalrand van het Zeegserloopje liggen tien grafheuvels bij elkaar; onderzocht is er geen, maar juist de groep wijst op de ijzertijd.350 m- Professor van AdderhorstDe Groningse hoogleraar A. van Veldhuizen kocht in 1916 bos, wei en heide bij Zeegse, noemde het Adderhorst en liet het bewust verwilderen.470 m
Grafheuvels ZeegserloopjeOp de dalrand van het Zeegserloopje liggen twee grafheuvels: de noordelijke zwaar vergraven, de zuidelijke bij het Witveen in 2000 hersteld.680 m
≈ Goudschat van ZeegseBij Zeegse vonden twee detectorzoekers in 2014 zevenenveertig gouden solidi uit de zesde eeuw, naar gewicht de grootste van Nederland.820 m- Von Dülmen KrumpelmannAan de Zeegsersteeg bouwde schilder Von Dülmen Krumpelmann in 1926 zijn huis; hij kwam in 1917 naar Zeegse en overleed er in 1987.840 m
- Aardewerk voetbalveldBij de aanleg van het voetbalveld van Tynaarlo kwam in 1981 veel aardewerk boven; het beschermde terrein ligt naast het veld, waar de grond nog ongeroerd is.1,1 km
- TynaarloTynaarlo is het noordelijkste dorp van deze kaart; de monumentenkaart registreert de kern als esdorp met mogelijk sporen van vroegere bewoning eronder.1,3 km
- ZeegseZeegse ligt tussen de Noorderesch en de Zuideresch op de rand van het beekdal; de landschapsbiografie dateert de nederzetting in de vierde tot vijfde eeuw.1,4 km
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.