Het keerschut van Spijkerboor, en de vallaatmeester die 's nachts viste
Plek met een verhaal·Later gebruik

Ten westen van de brug bij Spijkerboor stond tot 1885 een schut in de Hunze. Op de kaart van 1880 heet het een keerschut, in de krant een vallaat. Het belangrijkste verschil is dat een keerpunt een verbreding in een kanaal of rivier is waar schepen kunnen omkeren, terwijl een vallaat (ook wel verlaat) een historische benaming is voor een schutsluis om waterhoogtes te overbruggen. De stip staat waar die kaart het woord Keerschut bij het water zet.
Een sluis lag hier al eeuwen eerder. Volgens de Encyclopedie Drenthe werd op de plek van de voorde in de Hunze in de vijftiende eeuw een sluis gebouwd, het Annerverlaat, met een oudste vermelding in 1454. Het verlaathuis werd volgens een scriptie over de ontginning van het Hunzedal in 1654 gebouwd door Cornelis Hovinge, en in 1737 werd Willem Grevijlink er verlaatsmeester. Of dat oude verlaat op precies de plek van het keerschut van 1880 lag, zeggen de bronnen niet.
Het vallaat was van de provincie. Die verpachtte het steeds voor drie jaar, samen met het schuthuis en een stuk land. De pachter mocht schutgeld innen. De voorwaarden lagen in het vallaatshuis: in 1836 bij E. Schuling, in 1839 bij Hammink, in 1842 bij J. B. ter Brugge. Veel leverde het niet meer op. In 1837 schreven Gedeputeerde Staten dat de Hunze als vaarweg bijna in onbruik was geraakt. De tol was "genoegzaam te niet gegaan". Het schuthuis werd voortaan als gewoon woonhuis verpacht, met de plicht het schut te bedienen.
Een schut houdt water tegen. Wie het bedient, bepaalt hoe hoog het water erachter staat. Op 27 augustus 1855 schreef een inzender naar de krant dat het vallaat werd gesloten om te vissen. De landen liepen daardoor onder. "Des daags is het vallaat boven water, maar des nachts neemt de vallaatsmeester zijne kans waar, en dan zijn honderden bunders land en veen aan zijne luimen onderworpen." Wie hooiland had gehuurd, zag het gras elke ochtend opnieuw onder het slijk. De veenman keek 's avonds zijn turfwallen na en vond zich 's morgens bedrogen. Waarom zette niemand de kleine deuren in het vallaat vast, vroeg hij. Zijn naam is in de krant onleesbaar.
In 1863 besloten de Provinciale Staten te onderzoeken of het vallaat weg kon. Een jaar later, op 18 augustus 1864, brandde het huis van vallaatmeester J. B. la Coste af, met de boekweitmolen die erin stond. Twee à drie varkens en een kalf werden gered. Veertien à vijftien voer hooi gingen verloren. Het huis was van de provincie en zou snel worden herbouwd.
In het voorjaar van 1885 werd het vallaat opgeruimd. Het Rijk verkocht dat jaar het vallaatshuis met de grond. Daarmee verdween ook een plicht. De pachter had het diep tot het Zuidlaardermeer schoon moeten houden van riet en biezen. In 1888 was het deels dichtgegroeid en verzand. In de Provinciale Staten zei Dibbits dat "ons voorgeslacht" het keerschut er "met voordacht" had geplaatst. Werd de vaart verder verbeterd, dan kon het water te snel weglopen. Dan werden klachten over te veel water misschien klachten over te weinig. Op de kaart bij 1900 staat het woord Keerschut er nog.
In 1890 bracht Smeenge de Hunze voor de vijfde keer in de Tweede Kamer. Financiën bleef volgens hem van de stroom trekken wat mogelijk was. "Nu er geen sluis meer is, kan geen schutgeld meer worden geheven, maar het water alleen als vischwater worden verpacht." Dat deed men trouw, zei hij.
Bekijk deze plek op de kaart →
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK), met de topografische kaart van 1900 eroverheen (Kadaster).
Gegevens
- Ligging
- 53.07626, 6.75986
- Gebied
- Spijkerboor
- Zekerheid van de ligging
- midden
In de buurt
- Eerste molenIn 1771 kreeg Spijkerboor zijn eerste molen, op de plek van de huidige weg naar Annen; de familie Hubbeling maakte er vanaf 1832 ook een oliemolen van.270 m
- ≈ TolhuisBij de Hunzebrug bij Spijkerboor stond vanaf 1849 het tolhuis van de kunstweg naar Annen; oogst, mest en heideplaggen waren vrijgesteld van tol.280 m
- Molen van GlasAan de hoofdweg stond de molen die na de brand van 1857 werd herbouwd en naar molenaar Glas ging heten; zijn voorganger had in 1856 de eerste stoommachine van Drenthe.300 m
SpijkerboorSpijkerboor is een veenontginningsdorp op de grens waar het zand van de Hondsrug ophoudt en het veen van het Hunzedal begint.310 m
Herberg SpijkerboorIn de herberg aan de Oostermoer in Spijkerboor lag in 1780 moordenaar Anton Link aan een kram, die bij de verbouwing van 1879 werd teruggezet.330 m- HooilandenOp een deels ontzande rug in de Hooilanden lagen mesolithisch vuursteen en een scherf uit de late bronstijd – dezelfde droge kop, duizenden jaren later.430 m
- Vindplaats SpijkerboorAchter een woonhuis in Spijkerboor ligt een dekzandrug van nog geen tachtig meter waar amateurs in 1976 en 1978 vuursteen vonden.650 m
- ≈ Visweer 1309In 1309 moesten drie huizen in Annen een vernielde visweer in de Hunze op eigen kosten herstellen. In die uitspraak duikt het dorp voor het eerst op.1,1 km
- Egberts LentAan de Hunzeweg in Nieuw Annerveen staat Egberts Lent, een krimpenboerderij uit 1810 met een gebint uit 1725 en een muurplaat uit 1680 erin.1,3 km
- Kanaal AnnerwijkHet kanaal van Annen naar Annerveenschekanaal kruiste vanaf 1919 de Hunze; de rivier ging in een duiker onder het kanaal door.1,5 km
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.
Bronnen
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (1)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (2)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (3)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (4)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (5)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (6)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (7)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (8)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (9)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (10)
- Delpher (Koninklijke Bibliotheek) (11)
- drenthe.erfgoedcms.nl
- rug.nl