Landschapssporen

Balloërveld

Antitankgracht en loopgraven van de Frieslandriegel

Plek met een verhaal·Later gebruik

Antitankgracht en loopgraven van de Frieslandriegel
Een vlonder over de tankgracht – zo noteerde de fotograaf het ook. De gracht loopt hier als een brede laagte door het zand; de wallen ernaast zijn de grond die eruit kwam. · Foto: Agnes Monkelbaan – CC BY-SA 4.0

Op het Balloërveld ligt een brede, kunstmatige insnijding met lange rechte segmenten en scherpe knikken, op de hoogtekaart goed te volgen. Het tracé gaat dwars door de natuurlijke vormen van het beekdal heen. Dit is de tankgracht van de Frieslandriegel. De loopgraaf ernaast is hoekig en zigzagt, omdat een rechte gang bij een granaatinslag te gevaarlijk was. Die loopgraven zijn hier niet uitgegraven maar bovengronds opgeworpen: op het Balloërveld staat het grondwater daarvoor te hoog. Volgens H.M. Luning gold dat plaatselijk ook voor de tankgracht, die waar het te nat was als wal is opgeworpen.

Na de landing in Normandië liet de Duitse bezetter in het najaar van 1944 deze verdedigingslinie aanleggen, van Meppel langs de Drentsche Hoofdvaart en via het Witterveld en het Asser Bos over het Balloërveld naar het noorden, helemaal tot Delfzijl. Dit worden ook wel de Assener Stellungen genoemd.

Het laatste stuk naar dit veld beschrijft F. Takens in De Kloetschup (2018): van Assen liep de gracht zigzaggend ten zuiden van Anreep en Deurze, kruiste de Asserstraat bij Rolde en ging door tot de spoorbaan van Rolde naar Assen, en daarna het Balloërveld op. Duizenden dwangarbeiders en ingehuurde spitters moesten met de hand een gracht van ruim twee meter diep uitgraven, met tankgrachten, loopgraven, mitrailleurstellingen en bunkers erbij.

Op papier moest die gracht 3 tot 4 meter diep worden, met een schuine wal aan de oostkant en een steile aan de westkant; hier is daarvan afgeweken en bleef hij ondieper. Bij de bevrijding in april 1945 bleek de linie geen beslissende rol te spelen; de geallieerde opmars werd er niet langdurig door tegengehouden. De geallieerden ruimden de gracht na de oorlog op de meeste plaatsen meteen op. Helemaal klaar was het niet: in oktober 1947 riep de Rolder Post grondeigenaren nog op om tankgrachten en bunkers in hun land die niet waren geslecht, op te geven bij de Rijksdienst voor Landbouwherstel.

Wat bleef liggen, lag in onontgonnen gebied waar hij niemand in de weg zat. Hier op het Balloërveld liggen de resten er dus nog, mede doordat het gebied tot 2006 militair oefenterrein bleef. De gracht werd niet gedicht en kwam bij oefeningen nog jaren van pas. Een pas gepensioneerde bevelhebber stelde rond 1968 dat het dichten eerder om geld was nagelaten dan om militaire redenen. Ooggetuigen beweerden bovendien dat Nederlandse militairen hier al vóór de oorlog loopgraven hadden gegraven. Bewijs is er niet. Het type loopgraaf is hetzelfde als elders langs de linie, en alleen de loopgraven ten zuiden van het Bananenbos, een van de latere defensiebosjes, wijken in vorm af.

In de rand van de tankgracht bestaat de bovenste 40 centimeter uit materiaal dat in de oorlog met de hand uit de gracht is geschept, op bevel van de Organisation Todt, de bouworganisatie die de dwangarbeid regelde. Daaronder ligt een onthoofde haarpodzol, waarvan op 30 tot 40 centimeter diepte nog een restant van de grijze uitspoelingslaag over is. De gracht is dus een vorm in het reliëf en tegelijk een leesbare laag in de bodem.

Hoe fijnmazig die linie is vastgelegd, staat in de archeologielaag van de provinciale omgevingsverordening. Binnen het vlak van deze kaart schrijft die 104 afzonderlijke schuttersputten in, 13 loopgraafsegmenten die nog zichtbaar zijn en 6 stukken zichtbare tankgracht – alle onder één noemer: Frieslandriegel. De putten meten ongeveer 6 bij 6 meter en liggen als losse kuilen langs het tracé, dat hier over ruim 6 kilometer noord-zuid is te volgen.

Bekijk deze plek op de kaart →

Deze plek is stap 2 van 6 in de verhaallijn Vijf jaar oorlog. Lees de hele lijn.

Op de achtergrond: het reliëf uit het AHN.

Gegevens

Ligging
53.01790, 6.64370
Gebied
Balloërveld
Zekerheid van de ligging
hoog

In de buurt

  1. GlinsterzandOp het Balloërveld ligt Peelozand aan de oppervlakte: fijn wit mica-zand uit de Elster-ijstijd, dat rond 1900 als keukenzand op de lemen vloer ging.410 m
  2. KarrensporenOver het Balloërveld liep de route van Coevorden naar Groningen als een brede zone waarin karren steeds opnieuw hun sporen trokken.440 m
  3. GrafheuvelsOver het Balloërveld liggen tientallen grafheuvels verspreid, de oudste uit het late neolithicum: ronde bulten op de hoogste en droogste plekken.700 m
  4. DiepveenHet Diepveen op het Balloërveld is een ronde laagte met een krans van landduinen: de vorm waaraan een pingoruïne te herkennen is.750 m
  5. GalgenbergDe Galgenberg is een grafheuvel in het noorden van het Balloërveld bij Balloo; een galg is er nooit aangetoond, archeologisch noch in de archieven.770 m
  6. DriemarkensteenOp het Balloërveld ligt een markesteen op de plek waar Balloo, Gasteren en Taarlo mogelijk samenkwamen. Zeker is die driemarkensteen niet.990 m
  7. UrnenveldIn het Overdijksveld bij Gasteren is een deel van een urnenveld opgegraven. Door ploegen en bemesten is er aan het oppervlak niets meer van over.1,2 km
  8. TichelhuisHet Tichelhuis bij het Smalbroekerloopje is een veldnaam uit 1900 voor een steenbakkerij; waar het huis zelf stond is nooit vastgelegd.1,2 km
  9. StakenbergVier grafheuvels ten noorden van de Mandenberg heten samen de Stakenberg; alleen de eerste is onderzocht, en de naam wijst mogelijk op een verdwenen paal.1,2 km
  10. MandenbergDe grootste heuvelgroep van het Balloërveld: eenendertig grafheuvels, waarvan twee samen als een zonnekalender lijken te hebben gewerkt.1,4 km

Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.