De Balloërkuil, een gerechtsplaats die het misschien nooit was
Plek met een verhaal·Marke en boerenland

De ligging van deze plek is een beredeneerde aanname; de bronnen eronder geven geen exact punt.
Op de grens tussen de marken Balloo en Rolde ligt een laagte in het stuifzand, tussen de strubben. Het is een merkwaardige kuil. Hier werd recht gesproken, wil de overlevering. De Etstoel zou er bijeen zijn gekomen, het hoogste rechtscollege van Drenthe. De oudste beschrijving is van Johan Picardt, uit 1660. Hij zag een oude vergaderplaats met zitplaatsen die uit aarde waren gevormd; in diezelfde tijd gooiden boeren er volgens de overlevering hun kadavers in. Of Picardt een echte gerechtsplaats beschreef, of een bestaande laagte waaraan men die betekenis inmiddels had gegeven, is uit zijn tekst niet op te maken.
Het Landrecht van Drenthe, in 1412 op schrift gezet, legde de zittingen vast. Er waren er drie per jaar, lottingen geheten. De eerste, een week na Pasen, hoorde bij Balloo, de tweede, na Pinksteren, bij Rolde, de derde, op 19 augustus, bij Anloo. Het landrecht legt die eerste lotting dus in Balloo. Sommige auteurs lezen er de Ballerkuil in. In de praktijk zat die lotting toen al in Rolde. De oudst beschreven paaslotting, die van 1399, werd daar gehouden. Tot 1428 kwamen de zittingen van Balloo en Rolde elders in het dorp bijeen, onder meer in de spieker, de voorraadschuur van de bisschop, en vanaf 1428 in de kerk. Waar de lotting van Balloo vóór 1399 zat, weet niemand. Ook wie in het landrecht de Ballerkuil leest, weet daarmee niet waar die lag. In 1632 vergaderde de Etstoel voor het laatst in Anloo, in 1688 voor het laatst in Rolde, en in 1791 nam een Hof van Justitie met beroepsrechters het werk over.
Bodemonderzoek in de kuil in de twintigste eeuw maakte het er niet beter op. De laagte hoort bij een betrekkelijk jonge stuifzandformatie. Te jong voor het verhaal. Het zand stoof pas op na de eeuwen waarin hier recht zou zijn gesproken, en er is niets gevonden dat op bestuur, rechtspraak of ritueel wijst. De Geschiedenis van Drenthe concludeert daarom dat de traditionele koppeling niet houdbaar is.
In de open lucht vergaderde Drenthe wel. De Landdag, de vergadering van het hele land, kwam op een paar vaste plekken bijeen, en de beroemdste was een bos bij Rolde, het Grollerholt. In 1521 vaardigde ook de Etstoel daar een willekeur uit. Waarschijnlijk werd er in de omgeving van Balloo eveneens vergaderd. Maar waar? In 1843 stelde statenlid G.L. Kniphorst, oud-burgemeester van Assen, voor dat de provincie de kuil zou kopen. Alleen: wélke? Er waren drie kandidaten. Deze laagte in de Rolder strubben bij de markegrens, en dichter bij Balloo een kuil bij de huizen van Geert Geerts en de weduwe Rebbers, waar de Baller boeren zand en leem gingen halen. Die tweede heette de Drostenkuil. Men koos, vooral op gezag van statenlid L. Oldenhuis Gratama en diens vader, voor deze. De provincie kocht hem in 1846 van de markegenoten van Rolde. Waterbolk houdt het jaartal trouwens op 1847. Een derde ligt 647 meter zuidelijker; een laagte omringd door zandwallen. De oudheidkundige Engelberts trof haar in 1792 nog ongerept aan, en de Leidse hoogleraar Reuvens bracht haar in 1833 in kaart. Ergens tussen die twee bezoeken in legden de joden van Rolde er hun begraafplaats aan.
Drie bezwaren lagen er van meet af aan tegen de eerste keuze. Archivaris J.S. Magnin wees erop dat de formulering van het landrecht zich niet verdroeg met twee lottingen in Rolde. Zelf ging hij uit van drie plaatsen van samenkomst, met Balloo als een eigen plaats. Zo schreven de drie Podagristen het in 1843 op, met Magnin als bron: Ballo bij Rolde, Rolde en Anlo. De Ballers zelf zullen nooit over een Ballerkuil hebben gesproken. Zo'n naam geef je van buitenaf. Het zwaarste bezwaar zat in de andere naam. De drost was ambtshalve voorzitter van de Etstoel, dus een kuil die Drostenkuil heet wijst directer naar een rechtplaats.
Van de Drostenkuil bestaat één nauwkeurige beschrijving, opnieuw van Janssen. Ovaal en zonder wal. Twee meter diep, zesentwintig bij tweeëntwintig meter. Volgens hem was hij ontstaan doordat boeren uit de buurt er aarde en zand weghaalden.
Op de kadastrale kaart van 1832 ligt direct ten zuiden van Balloo een los perceeltje met twee huisjes. De spoorbaan Assen-Rolde sneed dat in 1905 doormidden, en op het zuidelijke deel staat nu een huis, tweehonderdvijftig meter ten oosten van het Tumulibos. Net daarachter zocht Waterbolk de kuil. Misschien was het niet eens een rechtplaats, dacht hij, maar een omwalde stapelplaats uit de Late ijzertijd250 tot 12 v.Chr.Meer over deze periode, zoals er bij Zeijen op het Witteveen een is opgegraven.
Hoe de vergissing kon ontstaan, heeft Tjalling Waterbolk uitgezocht, hoogleraar archeologie in Groningen. Bij een oude rechtplaats hoorde eikenbos. Picardt schreef dat dicht bij Rolde een Ballerholt lag. Als dat klopt, dan is dat bos net als zoveel Drentse holten steeds kleiner geworden, en zijn de strubben op de markegrens er de laatste resten van. Met dat krimpende bos schoof de Ballerkuil mee naar het oosten, tot hij de markegrens passeerde zonder dat iemand het merkte. Een kuil in de strubben moest wel de Ballerkuil zijn. De eerste die dat opschreef was schulte J. Homan van Rolde, in 1818, nog onder voorbehoud: "doch met zekerheid weet men het niet".
In oktober 1998 is er gezocht, op verzoek van de provinciaal archeoloog. Het ARC groef ten zuiden van Balloo langs de oude spoordijk een sleuf van 47 meter, op de plek die Waterbolk had aangewezen, en zette er een twintigtal boringen omheen. Er kwam niets boven. Waterbolk had daar een verklaring voor. De aanleg van de spoorlijn heeft de bodem diep omgewoeld. Dat er niets is gevonden, betekent hier dus niet dat er niets ligt. Het rapport zag de bodem anders. Tegen de verwachting in was die in de sleuf vrijwel gaaf, een gewoon podzolprofiel zonder spoor van een kuil. Op 7 november volgden nog twintig boringen in het weiland aan de noordkant, waar een flauwe laagte leek te liggen. Ook daar niets. Volgens het rapport ligt de Ballerkuil dus niet op de meest aannemelijke plek. Gevraagd naar de Balloërkuil, de plaats waar vroeger recht werd gesproken, was Waterbolk kort. "Nou daar is-ie dus niet."
Op 7 september 1895 bezochten koningin-regentes Emma en haar dochter Wilhelmina de kuil. Ter gelegenheid daarvan werd het openluchtspel 'Bij Klimmender Zonne' opgevoerd. De rechters zaten midden in de laagte, hun bijzitters op aarden banken ernaast, en er was een priester aanwezig om de goden gunstig te stemmen. Terecht stond Theodgrim, die in 734 tegen de Friezen en Drenten zou hebben gestreden en daarmee zijn eigen volk verraden. Hij werd schuldig bevonden. Daarna werd hij uit zijn familieverband gestoten en vogelvrij verklaard. Daarna betrad de zieneres Irmingarde de gerechtsplaats en voorspelde dat de landen ooit door een zachte vrouwenhand bestuurd zouden worden. Door de aanwezigheid van de vijftienjarige Wilhelmina kreeg dit natuurlijk extra betekenis: drie jaar later werd zij koningin. Wat de bezoekers zagen was negentiende-eeuws theater over een verleden dat men inmiddels als typisch Drents was gaan beschouwen. Eind mei 2026 stond het stuk er opnieuw, als 'Bij Klimmender Zonne 2.0': drie dagen openluchtspel in de kuil, met teksten en regie van Anne Doornbos en honderdvijftig plaatsen per voorstelling.
Schilder en schrijver Albert Alidus Steenbergen (1814–1900) had er al eerder een veldslag van gemaakt. In 1882 verscheen in de bloemlezing Van de Schelde tot de Weichsel zijn gedicht Carolus Magnus en Wittekind. Bij "Banloe an der Kule" verslaat Karel de Grote daarin het volk van "Thrianth", en de gesneuvelden liggen op de heide: "doar tuugt belt an belt". Die belten zijn de grafheuvels rond Balloo. Ze zijn minstens drieduizend jaar oud, schreef De Kloetschup in 2026, en dus veel ouder dan Karel de Grote. Steenbergen nam het vaker niet nauw. De zeventiende-eeuwse dagboeken van de familie Calkoen, waaruit hij jaar na jaar De Clapper der Calkoens publiceerde, zijn na zijn dood nooit gevonden; hij had ze zelf geschreven.
Dat beeld is gebleven. Op 10 augustus 1965 werd de kuil ingeschreven als rijksmonument, en de omschrijving in het register noemt hem de oude gerechtsplaats van Balloo en de vergaderplaats van de Etstoel: precies de overlevering die het onderzoek niet kan bevestigen. En toen de provincie in 1973 een nieuwe Statenzaal in het provinciehuis in Assen inrichtte, was die volgens Het Drentse Landschap geïnspireerd op de vorm van de Balloërkuil, als historische plaats van overleg en rechtspraak.
In 1874 schonk de weduwe Van der Wijk uit Assen het museum twee Karolingische munten, "volgens opgave in den Ballerkuil gevonden". Daarmee bedoelde men toen de kuil die de provincie in 1846 had gekocht. Hoe betrouwbaar die opgave is, valt niet meer na te gaan.
Balloo staat in 1298 op schrift als Banlo, samengesteld uit ban, rechtsgebied, en loo, open bosgebied: de nederzetting bij het bos waar recht wordt gesproken. Waar dat bos stond, weet niemand. En welke laagte erin lag ook niet.
Bekijk deze plek op de kaart →
Deze plek is stap 1 van 5 in de verhaallijn Wat de naam belooft. Lees de hele lijn.
Op de achtergrond: de luchtfoto van deze plek (PDOK).
Gegevens
- Ligging
- 52.99020, 6.63870
- Gebied
- Balloërveld
- Zekerheid van de ligging
- laag
In de buurt
Station RoldeHet station van Rolde was tweeënveertig jaar open, van 1905 tot 1947; het gebouw uit 1903 is van architect Eduard Cuypers.190 m
Jacobuskerk RoldeIn de Jacobuskerk van Rolde kwam de Etstoel twee van zijn drie jaarlijkse zittingen bijeen; de derde was in de Magnuskerk van Anloo.490 m- Graf Harry MuskeeHarry Muskee van Cuby + Blizzards ligt begraven achter de Jacobuskerk in Rolde. Hij bleef in Drenthe om de rust, de ruimte en de natuur.550 m
- ≈ Voorloper van RoldeOnder de begraafplaats van Rolde lagen twee nederzettingen: een uit de late ijzertijd en een uit de zesde tot achtste eeuw, vermoedelijk de voorloper van het dorp.570 m
- Graf Geert KoopsHet oudste grafteken op de begraafplaats van Rolde is uit 1829: een postament voor timmerman Geert Koops, met zijn gereedschap erop.580 m
Hol van KemfersAan de Asserstraat in Rolde woonde Jacob Kemfers vanaf 1903 in een zelf gegraven hol; in 1907 kwamen twee dames uit Assen het fotograferen.590 m
Bevrijding HoofdstraatOp 12 april 1945 reden Canadezen de Hoofdstraat van Rolde in, tussen gemeentehuis en hotel Wageningen; een dag later kwamen Franse para's.590 m- Boterfabriek BallooIn Balloo draaide van 1898 tot 1913 de handkrachtboterfabriek De Drie Eenheid; in 1913 werd het gebouw op afbraak verkocht.620 m
't Ruige VeldHet landhuis 't Ruige Veld bij Rolde werd in 1938 koloniehuis voor zwakke kinderen; in 1942 verbleven er via de NSV Duitse kinderen.620 m- Joodse begraafplaats RoldeIn een bosje bij 't Ruige Veld ligt de joodse begraafplaats van Rolde: een omwald vierkant van 23 bij 23 meter, met nog één zerk.650 m
Hemelsbreed gemeten, van dichtbij naar ver. Verschuif de band naar rechts voor de volgende.
Bronnen
- Wikipedia
- Geheugen van Drenthe – ballerkuil
- Landschapsbiografie van de Drentsche Aa
- Geheugen van Drenthe – etstoel
- drentslandschap.nl (1)
- rolderkerk.nl
- ugp.rug.nl
- doi.org
- Rijksmonumentenregister
- drentslandschap.nl (2)
- rhg-rolde.nl – karel de grote in balloo 2
- rhg-rolde.nl – bij klimmender zonne 2 0
- brepols.net
- DBNL, Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren
- Nieuwe Drentse Volksalmanak (via Academia.edu)